Not logged in.
Sandcat RPG


>Aidan's Story
>Bertus' Story
>Crhel's Story
>Irtek's Story
>Phaedra's Story
>Rase's Story

^Characters

>Sandcat RPG stuff >Campaign 2003/2004 >Characters >Irtek's Story

Irtek's Story

IRTEK GUNNARSRA

"Oh, how the memories of my youth still haunt me -- if only I'd been able to make it up to my father..."

Ik ben een verstoten kind van Gunnar Kopesra, een koopman uit Ragten. Vanaf mijn vroegste jeugd heb ik me afgezet tegen mijn vader. Als oudste van 4 kinderen had ik het zwaar, zeker omdat mijn vader toen nog niet tot de wat beter gestelde kooplui behoorde.

Ik was altijd een wat meer 'zweverig' type volgens hem, terwijl hij juist heel praktisch bezig was met zijn handel. Dat legde hem dan ook zeker geen windeieren. Ik wilde er niets mee van doen hebben, ik moest het meer hebben van de dingen zelf maken, zelf doen. Urenlang kon ik staren naar de Smeedstraat, het Kleermakersplein en alle bedrijvigheid van de ambachtslui. Ik was dan ook in de meeste werkplaatsen welbekend, en ik kon dan ook bijna altijd wel wat bijverdienen met een of ander klein klusje.

Mijn vader vond dit allemaal absoluut niet kunnen; zijn eerste zoon zou in zijn voetsporen treden en daarmee uit. Rond mijn 12e was het dan ook gedaan met het rondhangen; ik moest met hem mee, naar saaie theekransjes alwaar hij met mij kon pronken.

Zoals je al aan me kan zien ben ik niet een van de subtielste, en in die tijd was dat al niet anders. Meestal kon mijn vader me dan ook na zo'n bijeenkomst weer de les lezen, en dat deed hij absoluut niet zachtzinnig. Hierdoor ontstond er zo'n kloof tussen mij en mijn vader dat we elkaar niet meer konden luchten of zien.

Uiteindelijk kwam het op mijn 14e tot een uitbarsting; ik was zogenaamd ziek voor een van zijn vergaderingen, maar was stiekem naar de Smeedstraat gegaan om daar met een van mijn beste vrienden, de wapensmid Tyur, onder het werk wat te babbelen, toen mijn vader voorbijkwam met zijn gezelschap. Ik probeerde me nog uit de voeten te maken, maar hij had me gezien. Hij hield zich in, maar ik zag de woede uit zijn ogen stralen.

Dat was het moment dat ik besloot niet meer naar huis terug te gaan.

Tyur wist van mijn problemen, en had alles gezien. Hij boodt me dan ook onderdak aan, in ruil voor het doen van klusjes in de werkplaats. Dat nam ik maar al te graag aan. Hij heeft 's avonds mijn woedende vader, die mij kwam ophalen, tegengehouden, en heeft hem gezegd dat dit mijn keuze was. Ik kan me nog steeds voor de geest halen hoe hij, toen hij uiteindelijk wegging, zich naar het raam van mijn kamer wendde en zei: "jij bent mijn zoon niet meer".

Twee jaar lang was ik in dienst bij Tyur. Jaren waarin ik mijn vader wel eens op straat tegenkwam, maar waarbij we elkaar weigerden aan te kijken. Jaren waarin mijn moeder mij stiekem soms wat toestopte, maar niet te veel omdat vader het anders zou merken. En jaren waarin bleek dat ik simpelweg te lomp was om ooit echt een goede smid te zijn -- althans dat dacht ik toen.

Tyur was een goede man, maar hij kon me helaas niet genoeg kalmeren om me tot een goede smid te maken. Waar hij me echter altijd wel veel over kon vertellen was over zijn geloof in de godin van de ambachtslieden, Faria. Bijna elke week had hij wel een nieuw verhaal, waarin Faria door middel van haar volgelingen een dorp redde van de ondergang, of een in de wildernis gestrandde reiziger hielp door hem met zijn hulpmiddelen te leren omgaan op nieuwe manieren. En langzaam aan groeide bij mij het besef dat ik meer van Faria wilde weten.

Tegen het einde van mijn tweede jaar bij Tyur nam hij me apart, en vertelde me dat het zo niet langer kon. Hij had behoefte aan iemand die hem op kon volgen, en het was voor ons allebei duidelijk dat ik dat niet kon zijn. Hij raadde me aan om me aan te melden voor het klooster van Faria, even buiten de stad.

Na lang wikken en wegen heb ik besloten om zijn advies op te volgen, en ik moet zeggen dat het het beste advies is wat ik in mijn leven ooit gekregen had. Het klooster was ongenadig hard in de opleiding. Ik heb vaak op het punt gestaan om het op te geven, maar altijd kwam de stem van Tyur weer boven en dat gaf me genoeg moed om door te gaan met mijn opleiding.

Door Faria vond ik ook eindelijk de innerlijke rust die ik nodig had om me bij het smeden uit te kunnen leven. Ik begon me zelfs te specialiseren in het kleinste snij- en calligrafeerwerk in de altijd benodigde flails van het klooster. De hoofdsmid nam mij dan ook na een jaartje onder zijn persoonlijk hoede.

Ondertussen wist mijn vader donders goed waar ik mee bezig was, en hij was het er ook helemaal niet mee eens. Omdat ik natuurlijk niet meer in de stad kwam zag ik hem niet, maar ik kon uit de weinige keren dat mijn moeder langskwam opmaken dat hij mij nog steeds niet wilde zien.

Mijn woede was daarentegen al meer bekoeld; ouder en wijzer geworden zag ik in dat hij het beste met mij voor had gehad, en op zijn manier mij wilde opvoeden. Dat was alleen niet gelukt omdat ik hem de kans niet gaf.

Op mijn 18e verjaardag was ik van plan om het goed te maken. Ik was die ochtend opgestaan met een goed gevoel, en had toestemming van de abt om de stad in te gaan. Toen ik echter bij de stadspoort aankwam werd ik tegengehouden. Het bleek dat er een grote brand in de stad woedde. Niemand mocht er in of uit. Ik heb zo'n stampij staan maken dat ik er toch nog in mocht, maar het was te laat -- mijn ouderlijk huis was tot aan de grond toe afgebrand, samen met een groot deel van de rest van de wijk. Mijn familie was waarschijnlijk thuis geweest, en had niet aan de vuurzee kunnen ontsnappen. De oorzaak van de brand was niet te achterhalen.

Ik was maandenlang zo verdrietig dat ik niets meer kon; de enige reden dat ik doorging met wat ik moest doen, was Tyur. De goede man was mijn enige steun.

Na maanden was ik over het ergste verdriet heen, al zal die zwarte dag altijd in mijn geheugen gegrift staan. Ik concentreerde me daarna meer en meer op mijn opleiding als priester en smid.

Wat ook hielp was het feit dat mijn meester me de zorgen toevertrouwde van een andere nieuweling, Phaedra. Ze was een goede leerlinge. Zij was het ook die mij en de abt overhaalde om ons wat minder van de buiten- wereld af te zonderen. En dus vertrokken Phaedra en ik op een goede dag naar de $BARBAREN_IN_HET_ZUIDEN om te kijken hoe het bij hun gesteld was.

$INSERT_MEETING_WITH_CRHEL_ACCORDING_TO_PHAEDRA_STORY_HERE


© 2003-2019 Sandcat RPG Crew.
Page design by Stijn (main layout) & Jake (textures and colours).

Comments can be sent to rpgadmin(at)sandcat(dot)nl.