Not logged in.
>Sandcat RPG stuff >Campaign 2003/2004 >Session logs >Session 6 (Phaedra)

Session 6 (Phaedra)

Played on 2003/06/15

As written by the hand of Phaedra

78 AD — 6 juli, 373 AR (vervolg)

We besluiten om geen extra tijd te verliezen (en om vooral Rase uit de problemen te houden) snel door te reizen naar Rorn.

80 AD — 8 juli, 373 AR

Wat een brutaliteit! Die Meltimen deinzen ook werkelijk nergens voor terug. Bandieten zijn het!
Of laat me bij het begin beginnen. Vandaag, vlak voor de grens met Tralmer, kwamen we een groep mensen tegen. We kwamen te laat erachter dat het Meltimen waren, anders waren we wel een eind omgereden. Op onbeschofte toon vroegen ze wie we waren, waar we naar toe gingen en wat we daar gingen doen. Ik zei dat we op doorreis waren naar Kemli en dat onze zaken hen niks aangingen. Prompt eisten ze tol. Tol? Voor een weg die daar al honderden jaren ligt en een maand terug nog tolvrij was? En die bovendien van Heer Havlock was, en niet van die Blauwmantels? Uiteraard weigerden we die, zeker toen ze zo ongeveer alles wat we hadden opeisten. Wat een onzin! Ik vroeg dus ook waarom zij hier tol eisten. Toen kregen we te horen dat Heer Havlock overleden was op de dag dat wij vertrokken uit Forganta...
Hoe het ook zij, de Meltimen bleven lomp doen. Irtek had daar op een gegeven moment genoeg van en begon een spreuk uit te spreken. Toen was er helemaal niks meer tegen te doen en zaten we midden in het gevecht. (Niet dat er veel andere opties waren.) Na een lang gevecht waar we behoorlijk toegetakeld werden wonnen we. (Ook de helse honden die de Meltimen mee hadden werden hierbij gedood. Wat een monsterlijke honden waren dat zeg. Geen ras wat ik ken.) De leider wist helaas te ontsnappen.
We verbrandden de lijken en voerden rites uit om hun geesten rustig over te laten gaan. Uiteraard onder leiding van Irtek, wie ook op dat idee kwam. Waarom kom ik daar nooit op? Ook nemen we enkele blauwe Meltime-mantels mee (je weet nooit wanneer die handig kunnen zijn) en de paarden van de Meltimen.

81 AD

Rase heeft vannacht een wolf horen huilen. Gelukkig hebben we hier verder niks meer van gemerkt. Wolven hier in de open vlakte?

84 AD

(..) En oh ja, ik heb eindelijk die blauwe mantel schoon en hersteld.

86 AD

Vlak voordat we vanavond in Dunhaven aankwamen kwamen we een militaire kolonne tegen die naar de noord-grens van Tralmer ging. Zij gaven ons onder andere het advies om niet naar Helch te gaan en om de grens daarmee te vermijden. Ook daar schijnt het te broeien. Als tegenprestatie vertelde Aidan enkele mooie verhalen die erg in de smaak vielen.
Eenmaal in de stad doen we inkopen. Verschillende leden van de groep verkopen hun paarden (en die van de Meltimen) en schaffen een beter paard aan. Eindelijk zullen ook hun paarden niet zo zenuwachtig zijn elke keer als je met een dolk zwaait. Ook ik heb "mijn" Meltime-paard verkocht. Het grootste gedeelte van de opbrengst (30 GP) heb ik aan de lokale tempel van Faria geschonken.

100 AD — 28 juli, 373 AR

Vandaag kwamen we eindelijk aan in Rorn, en is ons eindelijk het grote verhaal verteld. Rond het middaguur kwamen we aan bij de stand en we liepen, bezweet en bestoft als we waren, gelijk door naar de tempel. We werden daar snel toegelaten bij Pythia. Helaas was ze ziek, iets waardoor we allemaal moesten terugdenken aan de vergiftiging van Heer Havlock. Irtek en Aidan vertelden onze wederwaardigheden aan haar. Toen ze terugkwamen vertelden ze het volgende:

Pythia heeft vrij veel verteld over de visioenen. Het eerste visioen is blijkbaar gewoon geschiedenis. De scene op het plein van Ragten is bekend onder geleerden en heeft (volgens de overlevering) zo plaatsgevonden. Pythia vond het jammer dat het 8e beeld niet verscheen.
Pythia toonde veel interesse in de oude man naast Rase in het visioen van de veldslag. Jammergenoeg was het visioen hier erg onduidelijk.
Op het derde visioen kwam ze later uitvoerig terug, en dat ga ik ook doen moment. Zelf had ze ook iets gedroomd wat verband kan hebben met ons vierde visioen: Ze zag een barbaar, vastgeketend in een slavenkamp van Tuvane. Later ziet ze dezelfde barbaar vechtend tegen een andere groep barbaren. Blijkbaar is die barbaar een belangrijk persoon in de dingen die komen gaan.
Wederom is Pythia teleurgesteld als we de identiteit van de Koning in het vijfde visioen kunnen vertellen. Nachtmerrie-achtige doemvisioenen zoals onze persoonlijke schijnen soort waarschuwing te zijn, een oproep tot actie. Als we niks doen, zal het sowieso slecht aflopen. Niet dat we dat nog niet door hadden, met al die oorlogsdreiging, die Meltimen en Tuvane.

Over het derde visioen (van de vrouw in het kampement in de woestijn) wordt meer uitgelegd in de loop van de dag, dus zal ik hier in één stuk vertellen. We werden namelijk uitgenodigd om op een feest met heer Forlorn te spreken, samen met Pythia. Ze vond dat we ons intussen wel voldoende bewezen hadden.
Weet je nog dat Kaylock de broer van Pythia was? En dat er al een tijdje geen koning meer is in de Lordships? Nou, blijkbaar was Kaylock de eigenlijke troonopvolger, zo'n vijftig jaar terug. Kaylock was zelf naar het Orakel gegaan om enkele visioenen uit te laten leggen, iets wat te begrijpen is met zijn kroning voor de deur. Toen hij terugkwam van het Orakel had hij besloten om geen koning meer te worden en vertrok zonder een spoor achter te laten! Zonder koning verviel het koninkrijk langzaam tot de 7 Lordships waar het uit was opgebouwd.
Dat was nog niet alles: Kaylock was in een politiek huwelijk getrouwd met een prinses uit het Desert Kingdom. Hij liet zijn vrouw, én zijn kind bij die vrouw, achter. Deze zijn toen het duidelijk was dat Kaylock niet terugkwam teruggegaan naar het Desert Kingdom. Deze vrouw hebben we gezien in ons derde visioen.
Pythia (en Heer Forlorn met haar) is op zoek naar een opvolger van de koning, voordat Heer Tuvane de andere Lordships onderwerpt. Qua opvolging zijn er drie mogelijkheden: de zoon van de woestijnprinses, de zoon van Kaylock die we hebben gezien, of Kaylock zelf. De laatste is vrij onwaarschijnlijk, de zoon van Kaylock zal niet zonder slag of stoot worden aanvaard, en van het woestijnvolk weten we helemaal niks. Misschien is die zoon al lang dood. Ook kunnen we op zoek gaan bij de barbaren of we de barbaar kunnen vinden die Pythia had gezien.
We hebben trouwens ook gevraagd of Pythia niet zelf tijdelijk de troon wou overnemen. Als zus van de eigenlijke koning is dit volledig naar de letter van de wet, en als priesteres zou ze respect afdwingen. Pythia, die (zoals we later beseften) al vijftig jaar over die vraag heeft kunnen nadenken moest hierop nee zeggen.
We bleven wat hangen op het feest, al zijn we niet echt vrolijk. Aidan praatte wat met een elf, maar kijk wat gefrustreerd toen het gesprek over was. Dit in tegenstelling tot Rase die na nog een gesprek met Pythia (ze is keimoe, en meneer gaat haar lastig vallen) met een onkostenvergoeding. Geld geld geld geld. Wat een hebberd.
Uiteindelijk besluiten we om naar het Desert Kingdom te gaan. Morgen vertrekken we.

101 AD — 29 juli, 373 AR

Vanochtend zijn we weeral vertrokken uit Rorn. Met wat verse voorraden gaan we nu naar het Desert Kingdom, wat ongeveer een week reizen is. Ondertussen zal ik wat meer over dit land te weten moeten komen voordat we allemaal fouten maken. Praten ze daar uberhaupt wel Common? Ik had wel al gehoord dat er daar andere goden aangebeden worden. Woestijnen zijn in de regel nogal droog dus heb ik in ieder geval de waterzakken dubbel nagekeken en waar nodig nieuwe gekocht.

Nuttige informatie:


< First session (Irtek) < Previous session (Phaedra) ˆ To index > Next session (Phaedra)

© 2003-2019 Sandcat RPG Crew.
Page design by Stijn (main layout) & Jake (textures and colours).

Comments can be sent to rpgadmin(at)sandcat(dot)nl.