Not logged in.
>Sandcat RPG stuff >Campaign 2003/2004 >Session logs >Session 28 (Phaedra)

Session 28 (Phaedra)

Played on 2004/02/01

As written by the hand of Phaedra

248 AD - 24 december, 373 AR

(...)

De dolk was volgens Pythia niet noodzakelijk slecht, maar ze raadde me wel aan om 'm achter te laten. Dit wou ik doen, maar Bertus pakte 'm dan weer. Nou ja zeg!
Daarna gingen Chrell en Bertus alvast naar de bibliotheek, terwijl Irtek, Aidan en ik Pythia gingen helpen met het contact met Tirtak te leggen. Dit doen we in de tempel, en na één uur bidden en mediteren lukte het. Aidan heeft wat gepraat met Tirtak of de elven al iets van sjoege geven. Tirtak meldde dat er intussen iets van tweeduizend elven aanwezig zijn in de stad, en dat er dagelijks meer arriveren. Gort Rinahel wil echter niet leiden. Hierna wilde Pythia nog even alleen praten met Tirtak, dus gingen wij naar de bibliotheek om daar meer te weten te komen over de barbaren.
Aidan vertelde namelijk over een legende over een barbarenleider die alle clans zou verenigen. Na wat geneuzel in de bibliotheek (en de hulp van de wijze bibliothecaris) weten we dat er ongeveer tweeduizend jaar terug een barbarenleider was die inderdaad de clans zou hebben verenigd. Hij had hier wel wat bovennatuurlijke hulp bij schijnbaar, want hij had een magisch item. Dat zou nu in een tombe liggen, een stuk ten zuiden van de grens met Tralmer. Er is maar één persoon die in die tombe zou kunnen, en die moet van 'gemengd' bloed zijn. Nou, we gaan dan maar eens kijken bij die tombe.

249 AD - 25 december, 373 AR

Vanochtend ging ik heer Forlorn op de hoogte brengen van ons plan, en toen bracht hij ons in herinnering dat we verwacht werden naar Marn te gaan om daar het leger aan te voeren. Huh wat? Blijkbaar heb ik wat gemist gister...
Heer Forlorn had echter wel een punt — we moeten Tralmer onze goede wil tonen en de barbaren wegwerken daar. Op die manier kan Tralmer weer Rorn helpen. We besluiten dus dat leger aan te voeren en zo naar de tombe te trekken. Twee vliegen, één klap.
Ook vroegen we hulp aan Faria: Irtek had een nieuwe spreuk geleerd zodat hij aan Faria kon vragen of een actie waarschijnlijk goed of averechts zou uitvallen. Dus vroeg Irtek het volgende: "Krijgen we nuttige informatie als we naar de plek, genoemd in de legende van de barbarenleider, gaan?" Het antwoord was niet geheel bevredigend: "Het brengen van de juiste persoon naar de beschreven plek zal je zeker nuttige informatie opleveren."
Ach, we besloten uiteindelijk om het bevel van het leger in Marn op ons te nemen in Marn, en dan naar het zuiden te trekken via Dourhaven.

Persoonlijke lol: Bertus mag dan wel veel talen kennen, maar Celestial kan hij niet. Ha!

251 AD - 27 december, 373 AR

Vandaag zijn we in Marn aangekomen, waar een groot leger op ons wachtte. We werden min of meer verwacht, en Berum, de bevelhebber, lijkt mij een geschikte en capabele kerel. Het leger van Rorn is opgedeeld in legioenen, van elk 300 tot 500 man. Wij hebben 13 cavalerie-legioenen tot onze beschikking, en die zijn doorgaans iets klein, dus zeg in totaal 3900 man. Ik ben er nog steeds een beetje van de kaart van. Ik bedoel, strategie en oorlogshistorie leren is iets anders dan opperbevelhebber zijn van 3900 man. We hebben een groot kamp ten zuidwesten van de stad. Ik heb net nog een laatste ronde gedaan door het kamp, om te kijken hoe de stemming is. Nou deze is opperbest, en ze hebben erg veel respect voor een priester(es) van Faria. Ik had het idee dat de manschappen op een gegeven moment door begonnen te krijgen dat die knappe priesteres in haar sneeuwwitte gewaden niet zomaar een priesteres was, maar de kersverse generaal. Ik heb niks beaamd of tegengesproken, maar zo mogelijk werd de stemming nog beter en vastberadener.
Aidan is met Irtek en Bertus alvast vertrokken naar Dourhaven zodat zij heer Kedrac kunnen waarschuwen dat wij door zijn gewest gaan trekken, maar alleen maar goede bedoelingen hebben. Morgen vertrekken wij ook.

253 AD - 29 december, 373 AR

Vandaag zijn we naar weer een lange dag rijden aangekomen bij Dourhaven. Irtek, Bertus en Aidan hebben goed werk geleverd en hebben al goede contacten met heer Kedrac aangeknoopt. Hij heeft zijn zoon Orillian aan het hoofd van zo'n 1200 man bevolen om ons te steunen. (Beetje terecht natuurlijk, want we gaan zijn gewest bevrijden.) Irtek en ik zijn beide ook naar de huidige tempel gelopen die aan het grote plein lag. Irtek merkte scherp op dat dit het plein was wat we hebben gezien in onze visioen, zovele maanden geleden in het Orakel. Hij deed nog wat extra onderzoek, en het blijkt dat Dourhaven nog nooit gevallen is, en zeker niet door barbaren. Blijkbaar moet dit of nog gebeuren, of hebben we de juiste acties al uitgevoerd.

254 AD - 30 december, 373 AR

Vandaag zijn we weeral verder getrokken naar het zuiden. De wachttoren van Dûn Vale wacht op ons.

256 AD - 1 januari, 374 AR

De wachttoren van Dûn Vale is nog een halve dag weg, en ik twijfel wat we moeten doen daar. Moeten we gezanten sturen naar de barbaren en hopen dat we het met praten kunnen oplossen? Chrell zegt echter dat dit geen nut gaat hebben. Bertus is behoorlijk bloeddorstig bezig, maar ik wil zo weinig mogelijk doden.

257 AD - 2 januari, 374 AR

Ik ben doodop. Vandaag hebben we slag geleverd. We kwamen 's middags aan bij de wachttoren, en twee uur later kwamen mijn scouts terug met de melding dat de barbaren nog iets van vier uur ten zuiden van ons waren. Het landschap is hier vlak en biedt geen enkele beschutting, dus het zag er naar uit dat de slag op een weide zou worden uitgevochten. Ik twijfelde nog wat we moesten doen, maar er waren maar weinig opties. Na niet al te lange tijd reden we zuidwaarts — onze groep aan het hoofd van zo'n vijfduizend man.
Eenmaal op weg kwamen we wat verkenningstroepen tegen die we gemakkelijk afsloegen. Ik nam de plannen door met mijn officieren, en heer Orillian van Tralmer. Ik legde de laatste het principe van de ringen van Faria uit, en hij begreep het snel genoeg, en ook dat deze manier van communiceren zeker voordelen had ten opzichte van het wat lukraak rondschreeuwen van bevelen. Het plan was simpel: we met een grote overmacht (onze scouts gaven aan dat de barbaren met iets van 2500 man maximaal waren) en dat ging ik uitbuiten. Ik splitste de troepen van Rorn in twee bataljons die 'het aambeeld' gingen vormen, terwijl de snelle bereden troepen van Orillian 'de hamer' gingen vormen.

En zo geschiedde. De slachting (want dat was het) nam relatief kort in beslag. Nog terwijl wij chargeerden vluchtte al een hele clan barbaren (zo'n 500 man) dus het leed was snel beslecht. Zo'n 1400 barbaren beten in het stof, en de overige 600 man vluchtten. Ik gaf het commando om ze niet te achtervolgen maar om de gewonden te verzorgen. Om een eventuele list het hoofd te kunnen bieden liet ik alle mannen verdedigende posities innemen, al verwacht ik geen grote verrassingen.
Zometeen begint een korte dienst voor de zevenhonderd gesneuvelden van onze kant. Deze last drukt zwaar op mijn geweten.
De barbaren hebben goed gevochten, maar hun enorme chaos en ondoordachte acties hebben hen zeker geen goed gedaan. Van man tot man zorgde hun kracht voor grote problemen aan onze kant, maar onze discipline en krijgskunst konden hen vrij makkelijk overwinnen. Niettemin, zevenhonderd doden.


< First session (Irtek)   ˆ To index  
  < Previous session (Irtek)  
  > Next session (Bertus)

© 2003-2019 Sandcat RPG Crew.
Page design by Stijn (main layout) & Jake (textures and colours).

Comments can be sent to rpgadmin(at)sandcat(dot)nl.