Not logged in.
>Sandcat RPG stuff >Campaign 2003/2004 >Session logs >Session 13 (Phaedra)

Session 13 (Phaedra)

Played on 2003/10/05

As written by the hand of Phaedra

160 AD — 26 september, 373 AR

(...)

Nou, dat liep uiteindelijk goed af. Nadat Aidan na lange (lange) tijd terugkwam van zijn bezoek aan de zogenaamde meesters hebben we een tijdje alle opties doorgenomen. Aidan was nog geen meester, maar had een goede kans om er eentje te worden. Hij moest alleen de vierde 'meester' overtuigen. Dat leek me niet zo'n probleem met iemand als Aidan — hij zou iemand nog kunnen overtuigen van het feit dat je een boot nodig had als je in een hooggebergte woonde.
We zaten zo een tijdje te praten en elkaar te vertellen wat we hadden gekocht. Crhel had interesse in een mooi longsword maar hij kon niet echt overweg met de verkoper. Vreemd, want de goede man verkocht mij zonder veel moeite wat zilverstof. Waarom ik zilverstof nodig heb? Nou, ik heb begrepen van Irtek dat je dat nodig heb voor het zegenen van een stuk grond. Ik zit een beetje te spelen met het idee om een kleine tempel te stichten hier in Toolay. Ik bedoel, als we hier toch nog lang gaan rondwandelen...

Veel verder dan dit kwamen we niet. Vlak nadat iemand opmerkte dat de waard nergens te vinden was werd er aan de voordeur gemorreld. En FLITS een fel licht! Bertus keek er blijkbaar recht in want hij zag daarna niks meer. Verwarring alom, zeker toen een handjevol zware jongens de herberg inbanjerden. Toen gebeurde alles heel snel, en eerlijk gezegd weet ik de volgorde niet meer. Misschien paniekeerde ik een beetje, maar ik had niet verwacht dat we in de herberg aangevallen zouden worden. Om een lang en warrig verhaal kort te maken: met moeite (onder andere doordat Bertus lange tijd verblind rondliep) krijgen we de zware jongens onder de duim. Jorn werd ook zwaar geraakt, maar die wist ik met behulp van Faria weer op de been te krijgen. Okay, dus de zware jongens waren buitenspel. Maar de magier die de verblindings-spreuk uit had gesproken dreigde te ontsnappen via de keuken van de herberg en de achterdeur. Met Aidan voorop snelden we achter hem aan.

We renden door straten en over de markt — helaas had de tovenaar een behoorlijke voorsprong. Zelfs Aidan (die expiditious pursuit had gewoven) kon hem niet inhalen. De tovenaar besloot echter niet om ons af te schudden in de straten, maar rende linea recta naar een toren. Tja, en dan kun je niet zo veel kanten meer op. We stormden naar de toren, zigzaggend door de menigte. Met veeel moeite kregen Bertus en Crhel de deur open. Blijkbaar een stevig deurtje, ik bedoel, normaal gesproken had Bertus die met die bull's strength wel in zijn eentje moeten open kunnen beuken.
Met de deur open ging Aidan voorop, met mij op zijn hielen. Ik zei nog iets dat hij moest uitkijken — die ma-gie-er gaat echt niet voor niks naar die toren toe, maar nee hoor. Aidan loopt gelijk de wenteltrap op in de toren. Op de derde tree aangekomen verstijfde hij opeens. Ik kon hem nog net opvangen. Ik begon 'm gelijk onderzoeken, wellicht was de val mechanisch en was er vergif in het spel. Ik kon echter niks vinden, behalve een klein gaatje in zijn rechtervoet. Voor de zekerheid heb ik dat wondje toch maar uitgezogen. Ja, ik weet het, dat klinkt niet echt smakelijk, maar het helpt. Ondertussen denderden Crhel en Bertus naar boven, behendig de derde trede op mijn aanraden overslaand.

Ondertussen was Irtek buiten bezig. Boven hoorde ik allemaal gerommel en geschreeuw, maar ik dacht dat Bertus en Crhel het wel onder controle zouden hebben, en dus stapte ik naar buiten. Irtek hield daar een groep wachters op afstand die zich met ons wilden gaan bemoeien. Ik vroeg of hij nog hulp nodig had, en dat was het geval. Jammer genoeg verstond niemand van de wacht de taal van de Seven Lordships. Met handen-en-voeten kregen we ze zover dat ze ons voorlopig lieten begaan.
We liepen weer de toren binnen, waar Aidan aan het bijkomen was. Gezamenlijk snelden we naar boven. Op de eerste verdieping liepen we een kamer binnen. Daar was de magier — al deed die niet veel meer. Crhel en Bertus hadden hem behoorlijk geraakt. Het ergste was een enorme snee die dwars over zijn borst liep. Bertus had deze al wat verbonden, maar ik sprak ook hier een genezingsspreuk over uit.

Op adem komend begonnen we de magier uit te horen. Veel verder dan het feit dat zijn superieur Taskur heette kwamen we niet, want opeens schalde een gezagdragende stem door het vertrek. Een rijzige man, waarvan we later begrepen dat hij meester Gregarius was, eiste een verklaring. Nou, die kon hij krijgen!
Aidan vertelde met wat hulp van de rest van ons verhaal. Hierbij liet hij wat gevoelige dingen achterwegen, maar ach, soms moet dat wel eens. Gregarius bleek een scherp inzicht te hebben, en had dat bij tijd en wijle wel degelijk door. Gelukkiig ging hij er niet teveel op in en concentreerde hij zich op de gebeurtenissen in Toolay, en onze claims van piraterij en slachtingen.
De magier bleek Yusaf te heten. Dat deed een belletje rinkelen, en na een tijdje bedachten we ons dat dat de naam was die werd genoemd in het scheepslog van de 'marine'. Hij had ons aangevallen als 'zelfbescherming' — we werden te lastig. Beschuldigingen vlogen heen en weer, totdat Gregarius er genoeg van had. Hij vroeg enkele scherpe vragen aan zowel Yusaf als ons. Hij had in de gaten dat er iets grondig fout was, en dat wij hem en zijn land een dienst hadden bewezen. Ja, zo had ik het ook nog niet gezien. Blijkbaar was die 'marine' inderdaad zelfstandig aan het opereren, en was dit niet goedgekeurd door wat hier moet doorgaan voor regering. Ach, lang verhaal iets korter: Yusaf werd in voorlopige bewaring gesteld, wij gingen naar 'Het Gouden Blad', en Gregarius ging met wat andere 'meesters' beslissen hoe dit opgelost diende te worden.

161 AD — 27 september, 373 AR

Zo, we zijn weer op weg naar huis. Of in ieder geval, Camlee.
De dag begon wat vreemd, toen we er achter kwamen dat onze waard niks heeft meegekregen van het gevecht in zijn herberg. Nu ik er over nadenk, er was ook helemaal geen spoor van. Niks geen kapotte stoelen. Niks geen bloedvlekken. Blijkbaar had iemand de boel gemaakt en was het in de doofpot gestopt. Wazig.
Na twee uur wachten kwam Gregarius langs met de mededeling dat hij over nog twee uur Aidan zou komen ophalen. Is goed heh?
Dus inderdaad, Aidan werd opgehaald. Ik hoorde later dat hij naar iets hoofdkwartierachtigs werd gebracht waar hij is geïnaugureerd. Persoonlijk denk ik niet dat hij die ego-boost nog nodig had, maar goed. Hij heeft wel veel goed werk hier gedaan. Dat vond Gregarius ook, die ons na de inauguratie heeft bedankt. Hij vroeg ook of we konden helpen om de banden tussen Toolay en de Seven Lordships in het algemeen (en Camlee in het bijzonder) weer wat te verbeteren.

Aldus varen we nu naar Camlee. Ik denk dat heer Forlorn wel tevreden kan zijn.

169 AD — 5 oktober, 373 AR

Wat een dag! Het duizelt me.
Ergens rond noen kwamen we in Rorn aan na een rustige bootreis. Iedereen had wat uitgerust, getraint en zijn uitrusting onderhouden. Irtek heeft me dingen geleerd met betrekking tot Faria en haar leer. Blijkbaar kun je daar altijd nog meer van leren.
In Rorn snelden we naar het paleis. Hier kregen we al heel vlug een audientie bij heer Forlorn. Daar begonnen we onze avonturen te vertellen, die ik hier niet ga herhalen. Al snel kwam Pythia ook binnen. (Ik moet zeggen dat ze er beide niet erg goed uitzagen — vooral moe, met grote wallen onder de ogen en veel rimpels van de zorgen.)
Heer Forlorn en vrouwe Pythia waren erg dankbaar voor het uitvoeren van de queeste. Vooral het feit dat niet alleen de dreiging was weggenomen maar dat we wellicht een extra bondgenoot hadden was goed nieuws. Zo groot was hun dankbaarheid, dat ze ons titels gaven... Irtek en ik werden benoemd tot Defenders of the Faith! Wat een eer! Ik ben nog maar enkele jaren bij de orde en nu al zo'n hoge onderscheiding! Dat was nog niet alles, want Crhel en Bertus werden door heer Forlorn benoemd tot Defenders of the Realm. Ik geloof niet dat ze helemaal begrepen welk een hoge eer dat inhield, maar dat leggen we ze nog wel uit. En Aidan werd benoemd tot Ambassador of the Realm — iets wat gezien zijn status in Toolay alleen maar logisch is. (Ik bood ook nog aan de interim-ambassadeur wat handige tips mee te geven. Toolay zit nu eenmaal behoorlijk anders in elkaar dan de Seven Lordships, en daar kun je maar beter op voorbereid zijn.)
Daarna kregen we nog iets: een magisch voorwerp, of eigenlijk twee magische voorwerpen. Het zijn twee ringen, en als je iets door de ene ring gooit, komt het door de andere ring eruit! Terwijl ik dat probeerde te bevatten hadden Crhel en Bertus, immer de pragmatici, alweer vier verschillende mogelijke manieren om het te gebruiken verzonnen. (Oh ja, de ringen hebben command-words: "kashraktah" is zoveel als "aan" en "tadshdoe" is zoveel als "uit".) Toen was het nog niet genoeg... Persoonlijk vond ik dat Pythia en heer Forlorn aan het overdrijven waren: we kregen alle vijf een landgoed (met de bijbehorende verantwoordelijkheden) en er was "nog iets in onze kamers". Nou ja... Uiteindelijk bleek dat voor elk van ons duizend goudstukken te zijn! Van dit geld kunnen meerdere families langere tijd leven! Ik moet nog maar eens overleggen met Irtek en de rest wat we hier mee gaan doen. Al moet ik zeggen dat masterwork wapens me wel aanspreken...

Vervolgens werden we op de hoogte gesteld van de ontwikkelingen in de Seven Lordships:

  • Tuvane is begonnen met de oorlogsdruk langzaam op te voeren. Intussen zijn skirmishes en raids geen zeldzaamheid meer. Heer Forlorn denkt dat binnen een paar weken de oorlog volledig zal uitbreken.
  • Kaylock is blijkbaar ook in Rorn. Dat zou Pythia in ieder geval blij moeten stemmen.
  • Ayyam zal voorlopig geen koning worden: hij is te ongeinteresseerd. Wel wordt er druk gelobbied richting het Desert Kingdom om hun steun te krijgen in de komende oorlog.
  • Siovale, Helch en Ness hebben zich achter Tuvane geschaard, terwijl Askane neutraal blijft. Chells en Tralmer staan aan de kant van de kant van Camlee.
Pythia liet ook weten dat we waarschijnlijk te laat waren met het achterhalen van de barbarenleider. Wel zag ze mogelijkheden in het herstellen van het elven-koninkrijk. Maar eerlijk gezegd begon het me op dat moment een klein beetje te duizelen door alle nieuwe informatie.


< First session (Irtek)   ˆ To index > Next session (Phaedra)
  < Previous session (Aidan)  

© 2003-2020 Sandcat RPG Crew.
Page design by Stijn (main layout) & Jake (textures and colours).

Comments can be sent to rpgadmin(at)sandcat(dot)nl.